Taal en spelling · groep 5

Hoofd- en bijfiguren, helpers en tegenspelers

Je kind onderscheidt in een verhaal de hoofdpersoon, bijfiguren, helpers (die de hoofdpersoon helpen) en tegenspelers (die het moeilijk maken).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenDe hoofdpersoon en een bijfiguur onderscheiden.
  • ZelfstandigDe helper aanwijzen.
  • ZelfstandigDe tegenspeler aanwijzen.
  • ToepassenPersonages aan hun rol koppelen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wie is de hoofdpersoon?

Lotte wil de tekenwedstrijd winnen. Haar vriendin Bo leent haar mooie stiften. Maar Kees lacht haar tekening uit en zegt dat hij veel beter kan tekenen. Juf Anna hangt alle tekeningen op. Lotte wint toch!

Niveau 2: Zelfstandig

Wie is de helper van de hoofdpersoon?

Lotte wil de tekenwedstrijd winnen. Haar vriendin Bo leent haar mooie stiften. Maar Kees lacht haar tekening uit en zegt dat hij veel beter kan tekenen. Juf Anna hangt alle tekeningen op. Lotte wint toch!

Niveau 2: Zelfstandig

Wie is de tegenspeler?

Lotte wil de tekenwedstrijd winnen. Haar vriendin Bo leent haar mooie stiften. Maar Kees lacht haar tekening uit en zegt dat hij veel beter kan tekenen. Juf Anna hangt alle tekeningen op. Lotte wint toch!