Taal en spelling · groep 5

Fictie en non-fictie onderscheiden

Je kind onderscheidt fictie (verzonnen verhaal) van non-fictie (echte informatie) aan inhoud en kenmerken.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen of een tekst fictie of non-fictie is.
  • ZelfstandigKiezen waaraan je fictie of non-fictie herkent.
  • ToepassenKiezen welk boek fictie en welk non-fictie is (titel en beschrijving).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Is dit fictie (verzonnen) of non-fictie (echt)?

Een giraf kan wel vijf meter hoog worden.

Niveau 2: Zelfstandig

Past dit kenmerk bij fictie of non-fictie? De schrijver heeft de gebeurtenissen verzonnen.