Literaire begrippen toepassen
Je kind gebruikt literaire begrippen bij een tekst: hoofdpersoon, verteller (ik-verteller of hij/zij), plaats en tijd, dialoog, rijm, strofe en vergelijking.
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet begrip kiezen bij een voorbeeld.
- ZelfstandigRijm, strofe en herhaling in een gedicht herkennen.
- ToepassenPlaats, tijd en dialoog in een verhaalfragment aanwijzen.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.