Taal en spelling · groep 7

Literaire vormkenmerken herkennen

Je kind herkent literaire vormkenmerken: rijm en ritme (rijmschema), figuurlijk taalgebruik in poëzie, en visuele vormgeving (strofen, een beeldgedicht).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet rijmschema of de rijmwoorden in een gedicht herkennen (gepaard, gekruist).
  • ZelfstandigFiguurlijk taalgebruik in een gedicht herkennen en de betekenis kiezen.
  • ToepassenVisuele vormkenmerken benoemen (strofe, regel, beeldgedicht, herhaling).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk rijmschema heeft dit gedicht?

De kat zit op de mat ¶ hij likt zijn poot heel nat ¶ dan rolt hij op zijn zij ¶ en spint: ik ben zo blij

Niveau 2: Zelfstandig

Wat bedoelt de dichter?

Haar lach was als de zon ¶ op een koude winterdag

Niveau 3: Toepassen

Wat is bijzonder aan de vorm van dit gedicht?

Ik ¶ klim ¶ de trap ¶ op, ¶ tree ¶ voor ¶ tree