Taal en spelling · groep 5

Drama herkennen

Je kind herkent een toneeltekst: rolnamen vooraan, dialogen, regieaanwijzingen tussen haakjes, en onderscheidt die van een verhaal en een gedicht.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen of een tekst een toneeltekst, verhaal of gedicht is.
  • ZelfstandigDe regieaanwijzing aanwijzen (wat de speler doet, tussen haakjes).
  • ToepassenBij een zin uit de toneeltekst kiezen wie hem zegt.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat voor tekst is dit? (/ = nieuwe regel)

SAM: Waar is de bal gebleven? / NOOR: (kijkt onder de tafel) Hier ligt hij! / SAM: Gooi maar!

Niveau 2: Zelfstandig

Welk stukje is een regieaanwijzing (wat de speler doet)?

SAM: Waar is de bal gebleven? / NOOR: (kijkt onder de tafel) Hier ligt hij! / SAM: Gooi maar!

Niveau 3: Toepassen

Wie zegt: ‘Waar is de bal gebleven?’?

SAM: Waar is de bal gebleven? / NOOR: (kijkt onder de tafel) Hier ligt hij! / SAM: Gooi maar!