Rekenen · groep 4

Kalender lezen

Je kind kent de volgorde van dagen en maanden, leest een maandkalender af (welke dag is het op een datum, welke datum is het volgende week) en telt dagen tot een gebeurtenis.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenDagen van de week en maanden van het jaar in volgorde; welke komt erna of ervoor.
  • BegrijpenOp een maandkalender aflezen welke dag het is op een datum.
  • ZelfstandigEen datum bepalen met de kalender: een week later, de eerste zaterdag.
  • ToepassenTellen hoeveel dagen het nog is tot een datum.
  • ToepassenEen datum lezen in woorden en cijfers (15 juli, 15-07).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welke dag komt vóór zondag?

Niveau 1: Begrijpen

Welke datum is 17-10?