Woordrelaties herkennen
Je kind herkent betekenisrelaties tussen woorden: boven- en onderschikking (dier – hond), deel en geheel (wiel – fiets), tegenstelling en welk woord niet in een rij past.
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet overkoepelende woord kiezen bij een rij woorden.
- ZelfstandigHet woord kiezen dat niet in de rij past.
- ZelfstandigEen deel aan het geheel koppelen.
- ToepassenWoorden kiezen die een soort zijn van een overkoepelend woord.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.