Taal en spelling · groep 7

Leenwoorden spellen

Je kind spelt leenwoorden uit het Engels en het Frans (en woorden met -tie, -isch, -iaal en th): kiest de goede spelling, gebruikt het woord in een zin en schrijft het op.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet goed geschreven leenwoord kiezen.
  • ZelfstandigHet goed geschreven leenwoord in een zin kiezen (ook -tie, -isch, -iaal).
  • ToepassenEen leenwoord opschrijven na het horen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk woord is goed geschreven?

Niveau 2: Zelfstandig

Welk woord past op de puntjes? ‘Ik zoek … over vulkanen.’