Taal en spelling · groep 7

Passende formulering kiezen

Je kind kiest een passende formulering: een vaste combinatie van woorden, een correcte zin (persoonsvorm past bij het onderwerp, juiste vergelijking) en een formulering die bij de situatie past.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHet woord kiezen dat past in een vaste combinatie.
  • ZelfstandigDe correct geformuleerde zin kiezen (groter dan / groter als, de groep heeft / de groep hebben).
  • ToepassenDe formulering kiezen die het best bij de situatie past.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk woord hoort bij ‘een besluit …’?

Niveau 2: Zelfstandig

Welke zin is goed geformuleerd?

Niveau 3: Toepassen

Je bedankt de buurvrouw voor het oppassen op je kat. Welke formulering past het best?