Leenwoorden spellen
Je kind spelt leenwoorden uit het Engels en het Frans (en woorden met -tie, -isch, -iaal en th): kiest de goede spelling, gebruikt het woord in een zin en schrijft het op.
Wat je kind oefent
- BegrijpenHet goed geschreven leenwoord kiezen.
- ZelfstandigHet goed geschreven leenwoord in een zin kiezen (ook -tie, -isch, -iaal).
- ToepassenEen leenwoord opschrijven na het horen.
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.