Trema, apostrof en koppelteken
Je kind gebruikt trema, apostrof en koppelteken: ideeën en België, het meervoud met ’s en ’s nachts, en Noord-Brabant en zee-egel.
Wat je kind oefent
- BegrijpenKiezen waar een trema hoort (twee klinkers die je los uitspreekt).
- ZelfstandigHet meervoud met ’s (auto’s, thema’s) en woorden als ’s nachts goed schrijven.
- ToepassenKiezen waar een koppelteken hoort (Noord-Brabant, zee-egel, oud-leerling).
- ToepassenKiezen welk teken (trema, apostrof, koppelteken of geen) in een woord nodig is.
- ToepassenKiezen waar je een woord aan het eind van een regel goed afbreekt (tussen lettergrepen; bij een trema vervalt het trema).
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.