Taal en spelling · groep 7

Trema, apostrof en koppelteken

Je kind gebruikt trema, apostrof en koppelteken: ideeën en België, het meervoud met ’s en ’s nachts, en Noord-Brabant en zee-egel.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen waar een trema hoort (twee klinkers die je los uitspreekt).
  • ZelfstandigHet meervoud met ’s (auto’s, thema’s) en woorden als ’s nachts goed schrijven.
  • ToepassenKiezen waar een koppelteken hoort (Noord-Brabant, zee-egel, oud-leerling).
  • ToepassenKiezen welk teken (trema, apostrof, koppelteken of geen) in een woord nodig is.
  • ToepassenKiezen waar je een woord aan het eind van een regel goed afbreekt (tussen lettergrepen; bij een trema vervalt het trema).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk woord is goed geschreven?

Niveau 2: Zelfstandig

Welk woord is goed geschreven?

Niveau 3: Toepassen

Welk woord is goed geschreven?