Taal en spelling · groep 7

Taalverschillen beschrijven

Je kind beschrijft taalverschillen tussen het Nederlands en andere talen en taalvariëteiten.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenEen overeenkomst of verschil tussen woorden in het Nederlands en een andere taal kiezen.
  • ZelfstandigEen verschil in woordvolgorde tussen het Nederlands en het Engels herkennen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Vergelijk de woorden: boek – book – Buch. Wat valt op?

Niveau 2: Zelfstandig

Vergelijk: Morgen ga ik naar school. – Tomorrow I go to school. Wat is het verschil?