Taal en spelling · groep 4

Probleem en oplossing herkennen

Je kind herkent in een verhaal het probleem (wat gaat er mis, wat wil de hoofdpersoon) en hoe het wordt opgelost.

Wat je kind oefent

  • BegrijpenKiezen wat het probleem in het verhaal is.
  • ZelfstandigKiezen hoe het probleem wordt opgelost.
  • ToepassenProblemen aan oplossingen koppelen.

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Wat is het probleem in dit verhaal?

Het was donker in huis. Tim hoorde een vreemd geluid boven op zolder. Kraak … kraak … Zijn hart bonsde. Langzaam liep hij de trap op. Hij deed de deur van de zolder heel voorzichtig open. Twee groene ogen keken hem aan. Het was Poes! Ze speelde met een bal.

Niveau 2: Zelfstandig

Hoe wordt het probleem opgelost?

Het was donker in huis. Tim hoorde een vreemd geluid boven op zolder. Kraak … kraak … Zijn hart bonsde. Langzaam liep hij de trap op. Hij deed de deur van de zolder heel voorzichtig open. Twee groene ogen keken hem aan. Het was Poes! Ze speelde met een bal.