Werkwoord als bijvoeglijk naamwoord herkennen
Je kind herkent een werkwoordsvorm die als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt (de geparkeerde auto) en spelt die goed, ook met d of t (de verlichte straat, de gebrande amandelen).
Wat je kind oefent
- BegrijpenHerkennen welk woord een werkwoord is dat als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt.
- ZelfstandigKiezen of de vorm met d of t geschreven wordt (denk aan het voltooid deelwoord).
- ToepassenIn een zin kiezen tussen de verleden tijd en het bijvoeglijk gebruikte werkwoord (verlichtte – verlichte).
Probeer het zelf
Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.