Taal en spelling · groep 7

Werkwoord als bijvoeglijk naamwoord herkennen

Je kind herkent een werkwoordsvorm die als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt (de geparkeerde auto) en spelt die goed, ook met d of t (de verlichte straat, de gebrande amandelen).

Wat je kind oefent

  • BegrijpenHerkennen welk woord een werkwoord is dat als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt.
  • ZelfstandigKiezen of de vorm met d of t geschreven wordt (denk aan het voltooid deelwoord).
  • ToepassenIn een zin kiezen tussen de verleden tijd en het bijvoeglijk gebruikte werkwoord (verlichtte – verlichte).

Probeer het zelf

Zo ziet een opdracht eruit. In Stofferblik krijgt je kind steeds nieuwe opdrachten op zijn of haar niveau.

Niveau 1: Begrijpen

Welk woord in ‘de geparkeerde auto’ is een werkwoord dat als bijvoeglijk naamwoord gebruikt wordt?

Niveau 2: Zelfstandig

Welke schrijfwijze is goed?

Niveau 3: Toepassen

Welke vorm past op de puntjes? ‘Hij … de foto.’ (vergroten)